Van Iria naar Leonidio en Gythion; 25 - 29 mei

Gepost door: Corry Gepost op: 29 mei 2006 | 0 Reacties

Tags: , ,

Donderdag 25 mei, alweer het laatste dagje Iria. Het is (uiteraard) nog steeds huidverdovend heet. Ook vandaag dus maar weer vroeg de wekker gezet. Ik wil eerst nog even naar het strand, maar daar om elf uur wegwezen vanwege de hitte. Nog een paar boodschappen doen, even internetten, en dan inpakken om morgen ook vroeg weg te kunnen. Vanavond heb ik dan nog even tijd om iets te doen.


Als het wat afgekoeld is besluit ik nog een ‘afscheidsrondje’ door het dorp te doen en de zonsondergang nog eens van een andere plaats te bekijken. Ik loop nu ook eens langs de ‘achterkant van het dorp’. Dat is wel een belevenis zeg, al is het feitelijk maar één straat, met wat zijweggetjes naar de landerijen. En volgens mij is iedereen hier bang voor indringers of zo. Overal zie (en hoor) ik honden, die aan een ketting liggen of achter een hek zitten. Als de eerste begint te blaffen, volgt de hele hondenschaar van het dorp onmiddellijk. Het is alsof er een startsein wordt gegeven, en het hondenorkest kan beginnen. Ik schrik me wild en doe tig schietgebedjes dat alle kettingen en hekken het zullen houden. Ook bedenk ik me dat mijn vader, toen hij er was begin mei, dit soort rondjes ’s morgens om 7.00 uur deed… werd het dorp toch enigszins opgeschrikt in de vroege morgen!

Ik zie ook weer diverse mensen op de fiets! Het valt me echt op dat dit erg toegenomen is. Een aantal jaren geleden zag je alleen wat kinderen op een fiets. Nu zie je zelfs oude mannetjes, soms wat wankel, op hun fiets de buurt onveilig maken. In het dorp zelf zijn ook een aantal wegen die steil naar boven/beneden gaan, die doen ze met de fiets aan de hand. Maar verder kun je in de hele vallei eigenlijk ook prima fietsen, toch zeker zo’n 25 vierkante kilometer in de rondte. Het blijkt dat met name in regio’s die ook wat vlakte kennen, mensen nu toch ook gaan fietsen, hopelijk in plaats van met de auto!

Deze laatste dag eet ik op wat ik nog heb. En dat is onder andere nog een paar courgettes, wat lente-ui en marouli (een slasoort die lijkt op een kruising tussen onze sla en andijvie). Ik maak dus courgettekeftedes met sla. Voor wie het ook wil maken, hieronder het recept:

Kolokithiakeftedes – Courgetteballetjes
Nodig voor 10 – 12 stuks:
250 gram courgette (liefst kleine)
1 kleine ui, fijngesnipperd
1 à 1,5 boterham zonder korst
25 gram geraspte kaas
1 ei
½ eetlepel verse dille of munt fijngesneden (kan allebei, geeft uiteraard een verschillende smaak)
½ eetlepel verse peterselie fijngesneden (eventueel, hoeft niet)
1 eetlepel olijfolie
Peper en zout

Snijd of rasp de gewassen courgette fijn en doe deze samen met de uit en wat zou in een zeef. Laat een poosje staan, druk dan goed het vocht eruit, bijvoorbeeld met keukenpapier.
Verkruimel het brood (zonder korst) en meng met overige ingrediënten en het courgettemengsel. Laat olie in de pan heet worden en schep met behulp van een lepel voorzichtig bergjes mengsel in de pan. Na een paar minuten, als ze bruin zijn, keren. Laat ze uitdruipen op keukenpapier en serveer direct of laat ze tot lauw afkoelen. Smaken prima met bijvoorbeeld een salade en Griekse gehaktballetjes (voor recept zie archief weblog maart). Of natuurlijk in combinatie met allerlei Griekse gerechten!

Leonidio – Plaka
Vrijdag vertrek ik rond half tien, na de laatste spullen in de auto gestouwd te hebben. Ik krijg steeds meer routine hierin, hij lijkt zelfs ‘leger’ te worden. Hoewel, ik dacht steeds dat ik zo veel mee had genomen, maar sinds ik in ‘Een varken in het paleis’ van Tessa de Loo aan het lezen ben weet ik beter. Ze beschrijft een reis van Lord Byron door Epirus/Albanië. En wat nam dat kleine gezelschap (zes mensen) twee eeuwen geleden allemaal mee: ‘veel linnengoed, vier leren koffers vol boeken, twee kleinere koffers, keukenbenodigdheden, drie bedden en twee lichthouten ledikanten’. Nou, mijn bed heb ik in elk geval níet meegenomen! Ik ga richting Leonidio, zo’n beetje de laatste plaats aan de kustweg naar het Zuiden. Het is een prachtige route, vooral na Astros. Dan wordt de kust steiler en de weg rustiger. Schitterend om zo hoog langs het water te rijden. Ik bedenk dat ik toch steeds weer lyrisch kan worden van zo’n typisch Grieks landschap: bergen, een kleine vlakte met cypressen, oleanders, andere struiken, kleine wit met rode (daken) dorpjes en de zee dichtbij. Het is echt genieten. Ik kijk eerst nog even in Tyros, een klein badplaatsje op de route. Het is er vrij stil en eigenlijk een beetje saai. Als ik de bordjes ‘exit’ volg, blijkt deze via een voormalige rivierbedding te gaan. De weg is behoorlijk hobbelig en kronkelt het plaatsje uit. Ik verwacht elk moment dat het water eraan komt… Tussen Tyros en Leonidio passeer ik diverse bordjes die naar de lager gelegen stranden (en een taverna + enkele kamers) leiden. Niets voor mij hoor, zo lonely! De laatste vóór Leonidio al helemaal niet, aangezien de naam daarvan ‘Tigani’ (braadpan) is… Leonidio ligt in de vruchtbare vallei van de Dafnon. Door zijn vruchtbaarheid werd deze vroeger de ‘tuin van Dionysus’ genoemd. De hoge rotsen omringen het plaatsje, dat heel vredig en ook op de een of andere manier sprankelend aandoet. Ik vind het er echt leuk. Maar besluit toch om te logeren aan het strand, vanwege de warmte op het moment. Onderweg kom ik over de (droge) rivierbedding waar net een grote kudde geiten in drafje (voor zover geiten haast kunnen maken) doorheen gaat. Wat jammer dat ik niet even kan stoppen hier voor een foto! In Plaka, een superklein gehucht met een klein pleintje aan de haven, een supermarkt, twee cafés en twee tavernas, kies ik het enige hotel ‘Dionysus’ direct aan het strand. De auto staat onder mijn balkon (wel zo veilig..) en links tegenover mij is het kantoor van de havenpolitie. Rechts, op 20 meter afstand het strand met een heel leuk strandcafé. Wat wil je nog meer?? Leonidio, aldus het boek, is door zijn ligging altijd wat geïsoleerd geweest, waardoor een regionaal dialect, het Tsakonisch, lang heeft standgehouden, evenals andere vormen van een eigen cultuur. Maar dat is inmiddels allemaal verdwenen (gelukkig maar, want mijn Grieks is dan nog niet op peil, maar mijn Tsakonisch nog veel minder..). Betere wegen zorgen voor meer verkeer en dus verdwijnen dat soort dingen. Plaka ligt in een heel mooie baai en heeft een strand van fijne kiezels en wat grof zand. Het strandcafé zorg voor stoelen, parasols en ligbedden op het strand. Deze kun je gratis gebruiken als je een drankje neemt. Ik probeer het strand en een ligbed meteen uit… Heerlijk!
Voor het eten heb je momenteel dus keus uit twee tavernas wat de boel overzichtelijk maakt. De eerste die ik kies is het terras waar ik vanmiddag even gewacht heb totdat de hotelreceptie weer bemand was. Ik kreeg er als welkom vier sinaasappels en een glas water… Het eten is geen topper, maar de ontvangst vriendelijk. Morgen ga ik in Leonidio eten. Ik hoef hier niet op de zonsondergang te wachten want de zon gaat achter de bergen onder. Hier wel een zonsopgang boven zee… Hoe vroeg zou dat nu zijn?

Leonidio zelf
Zaterdag gaat de wekker voor mijn doen vroeg, ik ga naar Leonidio, zo’n vier kilometer landinwaarts. De zonsopgang heb ik net gemist, morgen doe ik weer een poging.
Om half acht parkeer ik de auto net vóór Leonidio en ga te voet verder. Het is nog erg stil, alleen diverse scholieren lopen naar het net buiten de plaats gelegen lyceum. Ook zijn al wat vrouwen boodschappen aan het doen. Enkele mannen zitten op één van de terrassen. Tja, zo is de wereld verdeeld hier. Het plaatsje ligt werkelijk fantastisch, zo aan de voet van een uitloper van het Parnonasgebergte, en (volgens de Lonely Planet) in de monding van de Badron kloof. De vallei wordt wat breder naar de kust toe en is volledig in beslag genomen door de tuinbouw. Het schijnt dat hier de meeste aubergines van heel Griekenland worden geteeld, en worden gedistribueerd over het hele land. Ik wandel een uurtje rond, dan heb je het wel gezien, maar heb weer een hoop foto’s gemaakt! Jammer genoeg geen geiten in de droge rivierbedding, zoals gisteren! Dat was een onvergetelijk gezicht, zo’n kudde bonte geiten die over de grijs-witte stenen liepen.
Om negen uur ben ik weer in Plaka en lig zelfs al op het strand, wat ik zoals gewoonlijk na een paar uur al beu ben. Ik ga op het balkon nog wat lezen en schrijven, en pak mijn koffer vast in voor morgen. Want ik ga richting Gythion.

Ik wordt wakker om tien over zes, vijf minuten voordat de wekker afgaat. En dan blijkt dat ik nóg tien minuten te laat ben. De zon is nét boven de horizon, nog wel oranje. Er is geen tijd meer om nog naar het strand te lopen dus neem ik foto’s vanaf het balkon (kijk toch op zee uit..). Mooi hoor! En zo komt het dat ik om kwart over zeven Plaka uitrijdt, op weg naar Gythion. Maar het eerstvolgende plaatsje is Kosmas, hoog in de bergen. Ik rijdt via Leonidio de kloof in, via een superslingerende weg. Jongens wat is dit een magnifieke route zeg. Langs de droge rivier, tussen de hoogoprijzende bergen, in een kloof vol oleanders, groene bomen en struiken en ruige steenbrokken. Ik spring steeds weer uit de auto om een foto te maken. Dit schiet natuurlijk niet op zeg. Maar het is super! Ik ben blij dat ik vrijwel in mijn eentje ben hier, kan ik lekker ‘seutig’ rijden… Na een tijdje doemt links, hoog boven de weg aan een steile wand, een wit klooster op, het Elonis-klooster volgens de boeken. Je kunt er naar toe via een vijf kilometer lang zandpad. Nou, dat laat ik maar even doen.. Op een gegeven moment gaat de weg weer klimmen, naar Kosmas toe. En overal weer diepe gaten in het wegdek. Eigenlijk ook geen wonder, met die steile wanden langs de weg en toch nog steeds afbrokkelende rotsen. Als er een flink stuk op de weg valt, is het asfalt er duidelijk niet tegen bestand! Ik denk er maar even niet aan, dat er over een minuut of zo ook zo’n brokje naar beneden kan komen… De gaten worden overigens wel gerepareerd. Af en toe, misschien eens per jaar, komt een asfaltmachine de gaten vol gieten. Je ziet dan ook her en der ‘dropjes’ op de weg, asfaltdropjes dus.

Kosmas en Gythion
Kosmas is een grappig klein plaatsje, waarvan volgens mij alleen het centrale plein enigszins waterpas ligt. Alle andere straatjes zijn hellend en de huizen lijken langs de helling uitgestrooid. Na Kosmas, dat op 1150 meter hoogte ligt, gaat de weg al een beetje dalen en verder naar Geraki, ook een bergdorp. Daarna is het dalen geblazen, richting Skala. Rondom Skala weer inmiddels vertrouwde sinaasappelboomgaarden. De kust komt toch nog plotseling in zicht en direct daarna zie ik Gythion liggen, in een halfronde baai.
Over Gythion zijn de reisgidsen die ik bij me heb verdeeld, de een vindt het niks (toeristische en wat verpeste stad), de ander vindt het een ‘attractieve vissersplaats’. Nou ik denk dat het allebei wat is, maar als verpest komt het op mij niet over zo op het eerste gezicht. Ik vind het wel vriendelijk aandoen de kade en het kleine pleintje. Maar misschien kies ik toch voor accommodatie aan het strand, schijnt mooi te zijn en net buiten Gythion. Alleen, nu trakteer ik mezelf eerst op een ontbijt. Het is half tien, en mijn maag heeft zin in wat lekkers… Ik kies voor een hotelterras aan het water en in de zon, wat nu nog net even kan. Het is hier weliswaar niet zo warm als in Argolida, maar toch al 28 graden om half tien!


 

Deel dit artikel op:  

 

Plaats je reactie

Mollom CAPTCHA

Comments

No one has commented on this page yet.

RSS feed for comments on this page | RSS feed for all comments