Stoupa - Kardamili - Dimitsana - Nea Makri; 3 - 6 juni

Gepost door: Corry Gepost op: 6 juni 2006 | 0 Reacties

Tags: , ,

Zaterdagmorgen ga ik al vroeg op pad. Ik wil nu wat wandelen rondom Kardamili, een plaatsje dat hier zo’n zeven kilometer verder ligt en onder andere aan de Viros-kloof, in het Taygetosgebergte. Ik ben er om kwart over acht en het is meteen te merken dat het nu echt minder warm is. Gelukkig maar, want het wandelt toch een stuk fijner als het maximaal 25 graden is dan 35! In het noorden van Kardamili kun je enkele wandelpaden volgen; ik neem het pad naar Agia Sofia, een Byzantijns kerkje waar je via een pad aan de noordkant van de berg naar toe klimt. In eerste instantie wilde ik door de kloof lopen, maar ik hoorde van anderen dat het eerste stuk toch behoorlijk saai is en het veel mooier is om vanaf boven te zien. Aangezien ik niet helemaal naar Exohorio wil lopen, en dus diep in de kloof, klim ik naar Agia Sofia. Het is inderdaad een mooi (voormalig ezel-)pad dat regelmatig een prachtig zicht geeft op de kloof. Het kerkje is zoals zoveel Byzantijnse kerkjes, maar toch leuk. Daarna ga ik via het nabij gelegen dorpje naar beneden. Halverwege de weg kun je weer een wandelpad volgen dat in Kardamili uitkomt.
Leuke tocht van iets meer dan twee en een half uur dus net genoeg voor een ochtendje. Het is inmiddels gigantisch gaan waaien dus geen weer meer voor het strand. Ik ga eerst naar de kapper, tja dat kan echt geen vijf maanden wachten.., en dan lekker op het balkon (uit de wind!) zitten leren en lezen. Vanavond weer inpakken en morgen naar het Noorden!


Naar Dimitsana
Om acht uur zit ik in de auto. Ik twijfel toch weer even of ik de weg vanaf Kalamata via Sparta zal nemen. Dat moet één van de mooiste routes van de Pelop zijn. En Sparta ben ik weliswaar al een keer geweest, maar toen was het bloedheet dus niet geschikt voor een wandeling. En het schijnt een leuke stad te zijn. Bovendien van grote historische betekenis, al is er nu niet zoveel meer van te zien. De stadstaat Sparta was in de oudheid de grootste tegenstander van Athene. De naam Sparta is niet voor niets een veelgekozen naam voor sportverenigingen; Spartaans is synoniem voor hard, streng en sober. In één van de reisboeken stond een fragment uit een rede van de Spartaanse koning Archidamos, die duidelijk maakt waarom dit de filosofie was: ‘Wij hebben geleerd dat het denkvermogen van onze naasten gelijkwaardig is aan het onze en dat lotgevallen die ons overkomen niet met woorden opgelost kunnen worden. Bij onze daadwerkelijke voorbereidingen gaan wij steeds uit van de veronderstelling, dat onze tegenstanders verstandige mensen zijn. Wij moeten niet onze hoop vestigen op de fouten van de tegenpartij, maar op de veiligheid van onze voorzorgen. Er is geen reden om aan te nemen, dat de ene mens veel van de ander verschilt; maar wel dat hij de sterkste is, die in de hardste leerschool wordt opgevoed’. Niettemin, omdat ik maar een paar dagen tijd heb voor de regio die ik nu ga bezoeken, kies ik toch maar voor de kortste en vooral snelste route, via Kalamata (ook een leuke, echt Griekse stad, met een gezellige lange boulevard waar ik even wat drink) en Megalopoli. Letterlijk betekent Megalopoli ‘grote stad’ maar dat valt reuze mee (of tegen, ’t is maar hoe je het bekijkt). Er was ook een Megalopoli in de oudheid maar daar is niet veel meer van over. Alleen wat schamele restanten van een theater, te vinden net buiten de stad aan de weg naar Dimitsana. Vroeger was dit het grootste theater van Griekenland met 20.000 plaatsen. De weg naar Dimitsana is prachtig, een heuvelachtig landschap en vooral erg groen. Maar wat doet die vervuilende en stinkende industrie daar op die prachtige vlakte? Helaas, ook dat hoort bij deze stad, weliswaar niet zo veel maar wel zeer hinderlijk in het zicht. En het stinkt, zelfs in de auto… Het eerste bergdorp dat ik tegenkom is Karitena, gebouwd tegen een rots boven de Alfios-rivier. Maar ik ga via Elliniko naar Stemnitsa. Je komt dan over een oude brug die over de Alfios gaat. Stemnitsa is leuk, klein, smal en er stopt net een motorclub bij één van de terrassen. Overal motors wat je ziet! Ik frommel me erlangs en ga door naar Dimitsana. Ben blij dat ik geen tegenliggers tegenkom in dit stadje. Jemig wat smal allemaal! Wat me overigens opviel was dat overal langs de weg, tussen Kalamata en hier, taverna’s, standjes, maar ook simpel een individu stond met lamsvlees aan het spit te koop, in een warmhoudvitrine. Ik heb het nog nooit gezien, zou het iets van hier zijn om dat op zondag (traditionele familie-eetdag waar vaak lam op het menu staat) te verkopen, of is er iets speciaals vandaag dat ik niet weet?

De Lousioskloof
In Dimitsana neem ik (vooruit) een luxe hotel net vóór het dorp zelf. Aan de rand van de afgrond, dus met een geweldig uitzicht vanuit mijn kamer en vanaf het balkon. Vandaag wandel ik wat rond in het plaatsje zelf, waar het erg rustig is. Dat had ik niet verwacht, want zondag, en dan zijn meestal overal hele families aan het eten. Hier niet zo dus, misschien gaan ze naar een ander dorp? Behalve het plaatsje zelf bekijk ik ook het Openlucht Watermolen-museum dat zo’n anderhalve kilometer naar beneden ligt. Grappig klein museum in een supergroene omgeving aangelegd. Je ziet er hoe eeuwenlang energie opgewekt is door gebruik te maken van waterstromen. Ook is te zien, hoe met behulp van water de leerindustrie hier heeft gefunctioneerd. Dimitsana was tevens een grootleverancier van gunpowder tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turken! Je ziet hoe dat samengesteld en gemalen werd. Maandag is het behoorlijk bewolkt als ik wakker word! Wat is dat nu? Ik wilde wat in de zon wandelen. Helaas heb ik wel net een blaar op mijn voet opgelopen tijdens de wandeling in Kardamili. Ik kan dus niet zo heel ver en doe sowieso het eerste stukje met de auto. Maar goed, het is bewolkt en erg koud. Ik bedenk dat ik dan vanmorgen maar eerst met de auto richting Langada en eventueel Tropeia en het daarna gelegen stuwmeer ga. Stond ook nog op mijn lijstje. De weg naar Langada gaat eerst door de kloof langs de Lousios en is schitterend. Groen van de vele soorten bomen en geel van de bloeiende brem. Al gauw klimt de weg naar boven naar Langada. Geweldige uitzichten op de vele kloven in dit gebied. Ik spring regelmatig uit de auto voor een foto… Langada is ook een prachtig bergdorp met een klein centrum waar je koffie met view kunt drinken. Ik rij door richting Tropeia. Maar het blijft redelijk bewolkt en de autothermometer geeft aan dat het buiten 13 graden is, om half 11! Ik bedenk ineens dat ik dan net zo goed door kan rijden naar Olympia, hier nog zo’n 50 kilometer vandaan. Dus niet naar het stuwmeer, maar naar Olympia! Tenslotte heb ik van mijn leven al een heleboel stuwmeren gezien maar Olympia nog nooit…
De hele weg is prachtig, een eindje na Langada is de weg gaan dalen en je kunt een heel eind kijken in de richting waar je heen gaat. Net alsof je van boven op het gebergte kijkt en langzaam naar de horizon rijdt. Heel apart.

Olympia
Tja, Olympia is natuurlijk één van de toppers in de Pelop, maar de drukte valt me alleszins mee. En het is nog wel gratis toegang vandaag (wist ik niet hoor..) omdat het de dag van het milieu is (zouden de Grieken dat zelf wel weten, en beter nog, daar ook rekening mee gaan houden…?). In een uurtje heb ik het meeste gezien, je raakt op den duur geroutineerd (grapje). Het blijven natuurlijk veel stenen bij elkaar, zoals vele sites. Maar dit ligt er wel prachtig bij in een groene omgeving. En het is nog steeds wel voor te stellen hoe het was in oude tijden. Daar helpen ook de reisgidsen bij, die over deze site veel te vertellen hebben. Ik had van te voren een en ander gelezen, maar heb ze nu niet bij me (want ik ging niet naar Olympia vandaag…). In elk geval waren de eerste Olympische Spelen in 776 voor Christus. Het ging toen in eerste instantie om hardloopwedstrijden voor mannen, die het parcours naakt aflegden! In de 8ste en 7e eeuw v.C. kwam er worstelen, boksen en ruitersporten bij. Tot de Romeinen kwamen, mochten alleen Grieken meedoen. De stadstaten hielden tijdelijk een wapenstilstand en vochten nu hier om de overwinning! Vrouwen waren uitgesloten van de Spelen. En zij die stiekem naar binnen wilden gaan, werden van een rots in de buurt naar beneden gegooid! Hoe meer ik lees over het verleden, hoe meer ik besef dat het geen vriendelijke tijden waren… De goden waren wreed, maar de mensen niet minder! In 393 n.Chr. werden de Spelen verboden door de heerser van die tijd, Theodosius 1.

De weg terug naar Dimitsana is dezelfde als de heenweg, maar blijft toch mooi. Ergens halverwege staat een herder langs de kant van de weg. Hij gebaart met z’n stok dat ik moet stoppen. Ik minder vaart, terwijl in een flits door m’n hoofd schiet dat hij vast mee wil rijden. Dat zie je wel vaker in gebieden waar weinig openbaar vervoer is. Als ik dichterbij ben ziet hij wat voor vlees hij in de kuip (of eigenlijk auto) heeft. Een buitenlander en ook nog vrouw. Het gaat over. Hij gebaart dat ik door kan rijden… Een paar kilometer verder herhaalt dit zich. Ik moet er erg om lachen. In Langada waar je stapvoets moet rijden want heel smal, springt een vrouw zowat voor de auto. Of ze mee kan rijden. Tja, de auto ligt wat vol maar met wat goede wil… Ze is van mijn leeftijd schat ik in, en kletst honderd uit. Vraagt en vertelt van alles. Poe, poe, het valt niet mee om én op de weg te letten, én in hoog tempo (het hare, niet het mijne hoor) Grieks te kletsen! Terug in Dimitsana hoop ik nog wat te kunnen wandelen. Was het in Olympia heerlijk, overwegend zonnig en 23 graden, in de bergen is het jammergenoeg weer overwegend bewolkt en blijkt het 15 graden te zijn. Ik rij dus in eerste instantie met de auto beneden naar de kloof, loop nog een klein stukje maar het blijft koud, want schaduw. Ik ga terug, nog even naar Stemnitsa, een ander bergdorp in de buurt, omzeil een kudde geiten die de weg veroverd heeft, en dan een hapje eten en de auto inpakken.. Morgen richting Athene, ik denk dat ik nog een nachtje in Nafplio of in Loutraki slaap (bedenk ik onderweg..) en dan sta ik woensdag om half vijf weer op het vliegveld om de volgende bezoeker af te halen.

Nea Makri
Dinsdag 6 juni begint zowaar zonnig maar wel weer heel koud, het is om half negen maar negen graden! Enfin, in de auto heerst gelukkig altijd dezelfde temperatuur.. De weg naar Tripoli (aanvoerroute naar de snelweg die ik moet hebben) is schitterend. Heel groen, veel soorten bomen en prachtige weiden. En óveral staan bijenkasten. In allerlei prachtige kleuren, diverse tinten blauw, lichtgeel, zachtgroen, roze, wit. Echt mooi! Hier wordt dus duidelijk ‘meli’ geproduceerd. Er vliegen ook tal van bijen door de lucht (en tegen mijn raam, helaas). Het lijkt me in elk geval verstandig om niet uit te stappen, hier. Het is zeker tijd om te luchten of zo.. Jammer want ik had een paar mooie foto’s kunnen maken. Een eindje voor Tripoli ga ik richting snelweg. Dit is een snelweg door een supermooi gebied. Zelfs de weg is heel aardig, in de middenberm en langs de zijkant zijn oleanders aangeplant. Eén zee van alle tinten roze/rood en wit. Aangevuld met de natuurlijke beplanting dus geweldig. Ik ga toch maar niet naar Nafplio, tenslotte zit ik daar over drie weken weer een hele week. Dus naar Loutraki. Loutraki is groot, saai bebouwd en het wááit, dat wil je niet weten. Een regelrechte zuidwesterstorm, zoals deze in Zeeland ook regelmatig voorkomt. En dan moet je net zo min op de boulevard van Vlissingen zijn, als nu op de boulevard in Loutraki. Ik besluit dus om dan maar richting Mati te gaan, waar ik morgen wilde zijn. Ik kijk nog even in het kanaal van Korinthe. Als ik buiten loop bedenk ik dat ik het toch wel warm heb. En ineens valt me op dat iedereen er zo zomers bij loopt... Oja, hier is het weer warm natuurlijk.... En ik loop er bijna winters bij met mijn spijkerbroek en warm vest!
Mati blijkt een echt Griekse badplaats te zijn, maar drie hotels en overwegend tweede woningen (dé plek ook voor Atheners die de stad in weekenden en vakanties ontvluchten). Er is één lange weg, met vreselijk lelijke bebouwing. Wel een aardig haventje. De drie hotels zijn erg duur, logisch als je zowat het monopolie hebt. Ik ga in elk geval eerst nog even in Nea Makri kijken. Dat is ook vol echt Griekse stadsbebouwing, dus vol lelijke flatgebouwen, maar de boulevard is heel aardig. Leuk haventje ook en ik vind er een weliswaar Spartaans ingericht maar verder leuk hotel. Er is een zwembad bij en het balkon heeft uitzicht op zee. Super, hier blijf ik twee dagen. Morgen komt mijn volgende bezoeker, daarna gaan we door naar Evia. Om half drie lig ik heel ordi aan de rand van het zwembad te zonnen (en te zwemmen even later). De eerste foto hierbij is van Agia Sofia, boven Kardamili, een kerkje dat ik tijdens de wandeling bezocht. De tweede foto is zicht op Kardamili tijdens de wandeling.


 

 

Plaats je reactie

Comments

No one has commented on this page yet.

RSS feed for comments on this page | RSS feed for all comments